Over de annalen

De annalen geven een nieuwe mythologie, een verfijndere zingeving en bovenal een sfeervol, mooi verhaal. Elke week wordt er een hoofdstuk aan het verhaal toegevoegd en zo ontstaat een beeld van een mens en een volk dat zich onder barre omstandigheden ontwikkelt.

Kaj Elhorst is journalist en romanschrijver. Fantasy is naast de detectiveroman zijn meest geliefde literatuur. Hij schreef eerder voor kinderen onder meer de Arie Bonkersreeks en Het Spinhuis (uitgeverij Maretak) en voor volwassenen “Het Geheim van de Alphense Runen” (uitgeverij Albini). Op het ogenblik is hij ook met een groot fantasy-project bezig.

Hij werd geboren in 1946 en dat jaartal is misschien wel symbolisch. In dat jaar was Nederland immers net begonnen aan een nieuwe ontwikkeling. De mogelijkheden leken onbegrensd. In zijn boeken zoekt hij die grenzenloosheid op.

Zijn eigen leven vormt daarvan de bron want hij is altijd op zoek geweest naar grenzen en structuren. Al als jong kind speelde hij met zijn vriendjes echte verhalen. Als hij rover of soldaatje speelde, ging het om het beleven van de werkelijkheid. Een nieuwe werkelijkheid waaraan hij dan zelf vorm kon geven.

Die belangstelling combineerde zich met zijn fysieke behoefte aan schrijven. Als vierjarige hanteerde hij al de pen ook al kon hij nog niet lezen of schrijven. Hij schreef zijn taal en zijn tekens. Een ongebreidelde interesse voor alles wat met taal en schrift te maken had, kenmerkte hem. En zo is het nog steeds. Hij is niet alleen schrijver/journalist geworden vanwege zijn nieuwsgierigheid naar de werkelijkheid maar ook omdat hij zich steeds heeft afgevraagd wat je met die werkelijkheid kan doen.

ENCYCLOPEDIE

A´ake – de `wakkere`, de leider van de Anth´

A’ake Moz Tar’ak, de nieuwe, schijnende A’ake, de eretitel die Rannhald zichzelf toebedeelde.

A’ariha – het eerste kind van elke vrouw in de buitenste kring was er één van de A’ake. Het kind werd na de eerste zoogperiode weggenomen bij de moeder en naar de middelste kring gebracht om opgevoed te worden en zijn of haar leven te slijten. De moeder zou het nooit meer zien. Zo’n kind was A’ariha. Bij binnenkomst in de middelste kring kreeg het een eigen naam. 

 Abra’ah – vreemdelingen

 Abra’ah gûl namth te’em t’ippler Ant’ ba’agar” – zin uit de Gamor Anth’em  die betekent:  “Vreemdelingen op dieren gezeten brengen de Ant’ het geheim van de zon”.

Angamor – De breker van de gamor, de kwade geest die de band tussen de Anth’onderling en hun omgeving verbreekt. De “geloofloze”.

Anth’- het volk waarvan Kalam lid is

Anthamolan – de heilige kist net herinneringen van de voorvaderen van de Anth’

 Bagar – schenken

Be’am – staak die uit de grond komt (boom)

Be’as – bomen, bos

Gamor – alles waarmee de Anth’ verbonden zijn. De band tussen binnen- en buitenwereld.

Gamor Anth’em – het lied dat verhaalt van de voorvaderen. Letterlijk, de adem van het volk.

Gûl – de zon

Gûl”trip – vuur

Gul an Tra – Zon met de aarde, de levenslijn.

Ha’aaraakittinaa” – de achternaam van elke vrouw in de buitenste kring: “te openen door de A’ake”. 

Grootjagers of Magarden, raadslieden van de A’ake 

Hagarde – reizen in het hoofd, fantasie, een fantast 

Hiksa – geestelijke afwijking die een veel meer dan gemiddelde vorm van helderziendheid inhoudt´

Hiksa´emanth – het Grote inzicht, verstrekkende visie die over de grenzen van het zienbare heengaat

Jammer – een viool van been en smalle repen huid van waterluiaaard

Jankerman – poolwolf

K’alan van de kana’an – de binnenste cirkel waar Kalam met zijn familie leeft, de cirkel van de leiders.

K’alan ath – de cirkel van het werkvok, niet de jagers maar hun helpers.

K’arath – de buitenwereld

Kr’ak – In heet water gekookt botmeel waardoor een lijmachtige stof ontstaat die door de Anth’ grotendeels wordt gebruikt als kit.

Ma’akat hiksa: krankzinnig 

Moz´- sterke wind uit het oosten

Moz´na-es, waar de wind je wijst

Moz tha anth – karma, lot.

Nad’ar – de leiding waarlangs heet water uit Nogûl naar Kana’an stroomt. Dit hete water stelt de bewoners van de binnenste en middelste kring in staat hun voedsel te koken. In de buitenste kring is dat niet de gewoonte. Bovendien verwarmt het warme water de hele Kana’an, ook de buitenste kring.

De Nad’ar is aangelegd van uitgeholde botten van enkele groottanden duie in de loop van de tijd het land van de Anth’ hebben bezocht. Ze is aangelegd vlak voor de geboorte van Kalam. 

N’amanth – (de mensen van)  de middelste kring, de leraren, verhalenvertellers, zangers, artsen

Namth – geheim

Na tha, na Gamor, na rulia benin. Asta effe rulia grannahin – de dagelijkse spreuk van de Anth´ die wijst op de onderlinge verbondenheid en een beroep doet op de steun die daarvan uitgaat. Letterlijk betekent het “Ik ben van jullie, zoals jullie zijn van mij.”

Nevelgarden – aasetende roofvogels ter grootte van een adelaar

Panak -de wijze man van de N’amanth

Pok’om – heksenjacht

Raad van de Grootjagers, de raad van adviseurs van de A’ake

Rannhald – de man die A’ake zal worden al stamt hij uit de buitenste kring. Hij volgt de oude A’ake op en wordt Kalams grootste vijand

Ranndok – De man met gamor uit de buitenste kring, vriend van Kalam

Roar – rooftand aan het hof van de A’ake, de rooftand die macht en pracht van de A’ake weerspiegelt.

Rommer – tijdelijke sneeuwhut die alleen geschikt is als slaapplaats.

Roofkop – ijsbeer

Sluipers – wezens uit de andere wereld die zo nu en dan naar boven komen en vooral in de oren van de Anth’ kruipen en ze berichten influisteren uit de andere wereld. Daarmee brengen ze de Anth’ in verwarring en wekken ze onvervulbare verlangens op. Onbewust verlangen de Anth” naar kennis over deze andere wereld.

T’anga – “die te hebben is”, dat geldt voor alle vrouwen in de buitense kring. Een andere naam hebben zij niet.

 

Te’em t’ippler – gezeten op dieren 

Wagarden – rondzwervende Anth’ die verstoten of weggelopen zijn en meestal van roof leven

Za’kran – neusfluit, fluit die wordt bespeeld door het instrument op de rug van de neus te plaatsen en er via de neusgaten lucht in te blazen. De Za’kran wordt alleen bespeeld bij zeer bijzondere gelegenheden (begin en einde van de nachttijd, uitvaart en huwelijk van jagers). Daarom wordt de fluit ook wel aangeduid zonder lidwoord, als ware het een wezen.   

 

Zucht – opening in het dak van een rommer die zorgt voor frisse lucht

Reacties

  1. :)

  2. Daarom hebben farmaceutische bedrijven die slaappillen maken geen last van de recessie…

    mvg. Wil Kamping

  3. Beste Wil, een reactie naar mijn hart!


Laat een reactie achter

Jouw reactie: