Gepost door: Kaj Elhorst | juni 15, 2008

Oedar

pandora

“Hoe kon het eigenlijk dat jij die Vogelgrijpers verstond?” Kalam keek Foelar onderzoekend aan. “Jij was de enige die hun opmerking over de vrouwen en de etensbakken kon begrijpen.” Foelar tuurde naar de grond. Hij voelde zich schuldig omdat hij alles zo in het geniep had gedaan maar hij wist ook dat hij het met de beste bedoelingen had gedaan. “Ik weet het niet”, zei hij zachtjes. “Ik begrijp nu eenmaal waar ze het over hebben. Ik heb heel lang naar hun spreken geluisterd en plotseling begon ik ze te begrijpen. Hoe dat precies is gegaan. dat weet ik niet. Ik heb er expres niets over gezegd omdat ik nooit heb geweten of het echt zo was en…”hij keek Kalam nu aarzelend aan. Ïk dacht dat het beter was als niemand het wist.” Kalam keek nadenkend voor zich uit maar nog voordat hij iets kon zeggen, mengde Oedar zich in het gesprek.

Tot nog toe had de oude, wijze man zich halfslapend gehouden maar nu leek het of zijn belangstelling weer was gewekt. “Je hebt goed gedaan het voor je te houden”, zei hij tegen Foelar. “Ergens in de gamor anth’em is gezegd dat er mannen zullen zijn die de talen van de vogels zullen verstaan, dus waarom ook niet van de Vogelgrijpers?” Kalam vond het vervelend dat de oude man hem in de rede viel maar hij voelde dat hij wel gelijk had. “Nu we weten dat je die taal verstaat”, ging Oedar onverstoorbaar verder, “moeten we er natuurlijk wel gebruik van maken. We mogen dat niet ongebruikt laten liggen.”Ook dat was Kalam met hem eens. “Misschien kun je het ons ook een beetje leren”, voegde hij eraan toe. Foelar knikte. ”We moeten het gaan gebruiken”, gaf hij toe.

Oedar leek nu tevreden maar hij had toch nog een bezorgd gezicht toen hij zich tot Kalam wendde. “De wachters hebben het igestorte stuk muur nu dichtgemaakt maar kunnen we er echt helemaal niet meer doorheen?” Kalam keek nadenkend. “Ik zou het niet weten”, zei hij. “We hebben het nog niet geprobeerd. We moeten oppassen dat de wachters onze pogingen niet in de gaten krijgen.” “Dat is waar”, gaf Oedar toe. “Maar we zullen die opening toch moeten maken als we hier weg willen. Bovendien zou ik die kist aan de andere kant van de muur eens goed willen bekijken. Het is niet zo maar een kist, het is een teken.” Kalam glimlachte. “Zeggen de tonen in je hoofd je  dat?” Oedar fronste zijn wenkbrauwen. “Spot daar niet mee, Kalam. Tot nog toe heb je er zelf ook op vertrouwd!” Kalam slikte een snelle opmerking in en beet zich op zijn tong en lippen. Oedar had natuurlijk gelijk maar de tonen en klanken leken hier, in deze vreemde omgeving nauwlijks nog waarde te hebben. Het ging er steeds meer om kennis te hebben van de omgeving, te verkennen en te onderzoeken. Was niet ook gebleken dat het hele verhaal over “blauw ijs” onzin was? Er bestond helemaal geen blauw ijs, het was een heel ander materiaal: steen. Ookal gebruikten de Anth’ daarvoor een andere benaming dan de Vogelgrijpers, ijs was het niet. En dan, de sluipers. Dit zou het land van de sluipers moeten zijn maar waar waren die dan? Waren de Vogelgrijpers “sluipers”?  Volgens Kalam waren het gewoon mensen, net als de Anth’.

Veel moeite kostte het niet om een kleine opening in de rotswand te maken. Er was net genoeg ruimte om een man door te laten en terwijl de andere Anth’ nog driftiger doorklopten dan anders, zocht Oedar zich een weg. Kalam, Foelar en Tugor druktend de losse steenblokken weer in de doorgang terug zodat de wachters niets zouden ontdekken tijdens hun patrouilles. Oedar hoefde alleen maar aan één van de stenen te wrikken om aan te geven dat hij terug wilde komen.

Dat duurde lang en de ene na de andere hoop stenen vormde zich bij het uithakken van de wanden. De mannen van het vreeemde volk waren nu door de Vogelgrijpers aangewezen om korven met stenen weg te sjouwen naar het dorp. Dat was niet veel leuker dan het uithakken van brokken steen maar het bracht Tugor wel op een idee. “Dat werkt misschien nog beter dan een tekening op een etensvat”, zei hij zachtjes tegen Kalam. Eén van ons moet tussen de sjouwers kruipen. Zo kan hij misschien eens in het dorp kijken en erachter komen hoe het met de vrouwen staat. Misschien kan hij dan zelfs een boodschap overbrengen.” Kalam knikte, hij leek weinig belangstelling te hebben voor het plan van Tugor maar deed net of hij het best vond. Sinds Oedar aan de andere kant van de wand was verdwenen, schreeuwden er weer stemmen door zijn hoofd en klonken er weer woorden en hele zinnen zelfs. Het was vooral Oedars stem die hij hoorde.

In het begin  begreep hij de verhalen van Oedar in zijn hoofd nog niet zo goed maar langzaam aan begon het allemaal meer betekenis te krijgen. Het waren waarschuwingen en soms ook raadgevingen maar ze kwamen verward en onsamenhangend over. Kalam probeerde ondertussen gewoon door te gaan met zijn werk maar de klanken en stemmen in zijn hoofd gaven hem een raar draaierig en zwevend gevoel. Hij begreep dat hij nu niet mocht opgeven. Er hing teveel af van zijn waakzaamheid en wakkerheid. Als hij in elkaar stortte, zouden de wachters naar binnen komen en mogelijk zelfs de doorgang ontdekken. Dat mocht niet gebeuren. Hi haalde een paar keer diep adem en langzamerhand begon hij zich weer wat beter te voelen maar de geluiden in zijn hoofd hielden niet op.

Buiten kroop de zon al weer naar de horizon toe en de laatste rode stralen vielen over het land, sommige bereikten daarbij net de grot waar Kalam en zijn mannen aan het werk waren. Ze hadden de maaltijd, stevig en van goede smaak, net weggewerkt en wisten dat hen nu een periode van rust was vergund. Amtros was klaarblijkelijk van mening dat goed eten en voldoende rust de voorwaarden waren voor sterke en krachtige werkkrachten. Ondertussen maakte Kalam zich zorgen over Oedar. De oude, wijze man had zich nog steeds niet gemeld en naarmate het donkerder werd in de grot, hield Kalam de doorgang beter in de gaten.

Plotseling hoorde hij gemorrel aan de stenen en hij wist dat het zover was. Terwijl een paar jagers de wachters in de gaten hielden, hielpen Tugor en Foelar met het maken van een nieuwe doorgang. Zodra de opening  groot genoeg was, kroop Oedar er doorheen. De oude man had moeite met de doorgang. Het kruipen en slingeren over de harde grond ging hem niet heel gemakkelijk af. 

“Luister”, hijgde Oedar nog na. “Ik heb gelijk gehad. Het is niet zo maar een kist.” Hij pauzeerde even om een paar keer stevig adem te halen. “Deze kist stond in vroeger dagen bij ons bekend als de Anthamolan. Ik herinner me nog tijden dat de kist stond in de kamer van de A’ake.” Oedar wees nu op Kalam. “Dat was in de tijd toen jouw grootvader nog A’ake was. Ik was toen nog een jonge jongen en de mensen spraken maar zelden over de Anthamolan. Daar is een goede reden voor.” Terwijl Oedar zweeg, kropen jagers en leraren en ook een paar wagarden dichter om hem heen om zijn verhaal te horen. Kalam probeerde ondertussen te bedenken wat de naam “Anthamolan” zou kunnen betekenen.

“Luister”, ging Oedar eindelijk verder. Het was buiten nu aardedonker geworden en Oedars woorden leken door de weerklank van de grot bijna uit een grote, onzichtbare mond te komen. Dat maakte op de mannen nog meer indruk. “”Anthamolan” betekent letterlijk “Herinneringen van de Anth”" . In deze kist zijn de herinneringen opgeslagen van Anth’ uit vele, vele voorbije jaren, uit tijden nog voordat Kana’an bestond, van voor de nieuwe wereld. Een tijd waarin Anth’ en sluipers nog vredig naast elkaar leefden. Het is de inhoud van deze kist die de hiksa emanth’ van enkelingen voedt en op basis van alles wat deze kist zei, nam de A’akane in het verleden zijn beslissingen.”  “Een kist die praten kan”, fluisterde Ranndog die niet zoveel op had met zulke verhalen. “Inderdaad, een kist die spreken kan en beter dan veel mensen die veelal er goed aan doen hun mond te houden”,  reageerde Oedar. “We hebben altijd gedacht dat deze herinneringen ons weten en ons denken zou versterken door de klanken en stemmen. Dat zou het goed mogelijk maken om te leven in Kana’an. Gelukkig en in vrede. We zouden een volk zijn met een sterke gamor.” Deze keer liet Ranndog zich niet meer horen toen Oedar even pauzeerde. De oude man kon zijn twijfel en aarzeling niet goed verbergen. Moest hij wel verder gaan? 

Hij schraapte zijn keel en fluisterde de woorden die daarna kwamen. “Ik was nog steeds een jonge jongen toen het bericht de ronde deed dat de Anthamolan was verdwenen…je grootvader was toen ook nog A’akane. Niemand wist waardoor de kist verloren was gegaan al waren er wel verdenkingen. Zo meenden sommigen dat een groep wagarden had ingebroken en de kist had verkwanseld aan de wolvermannen. Anderen meenden weer dat het jagers waren geweest die de kist in ruil voor zeldzame gebruiksvoorwerpen aan wagarden hadden weggegeven. Er waren zefs verhalen over vreemde mannen die, gewapend met zwaarden en zonnedieren, in Kana’an waren doorgedrongen en de kist hadden meegenomen. Niemand wist er het fijne van, ook je grootvader niet. Eerst is hij tijdenlang samen met een groep jagers op zoek geweest naar de kist. Daarna verviel hij tot somberheid en nietsdoen. Later ging het weer beter met hem maar helemaal de oude is hij nooit meer geworden. Ik denk dat het zijn nevelen bespoedigd heeft.”

Niemand wist het fijne van de verdwijning maar zeker is wel dat het vanaf dat moment bergafwaarts ging met Kana’an. De Anth’ vielen uiteen in kringen, er braken oorlogen uit met de wolvermannen en die liepen meestal verkeerd af voor de Anth’en steeds meer mannen uit de buitenste kring verlieten Kana’an en werden wagarde. Toen Kalam Kana’an verliet was zijn vader zelfs bang dat hij niet binnen de gebruikelijke tijd terug zou zijn en de machtsoverdracht aan Rannhald was het dieptepunt. Het was afgelopen met de harmonie in Kana’an.”

“En nu?” vroeg Kalam waarop Tugor bijna meteen antwoord gaf. “We moeten de kist beschermen en met ons meenemen, waar we ook gaan. Dat lijkt me duidelijk”, zei hij maar Oedar schudde zijn hoofd. “Zo eenvoudig is het niet. Er rust nu een vloek op de Anthamolan. Wij hebben toegestaan dat hij in vreemde handen kwam. We hebben de herinneringen daardoor verwaarloosd en mogelijk zijn ze vervuild geraakt met herinneringen van andere volkeren, wolvermannen, Vogelgrijpers en noem maar op. De kist kan niet alleen een zegen maar ook een gevaar voor ons gaan betekenen.” “Hoe kwamen die herinneringen eigenlijk in de kist?” vroeg nu Tugor. Oedar kijkt even zwijgend voor zich uit. “Ik ben er nooit bij geweest maar Panak wel, Hij heeft mij er wel eens over verteld. Eéns in de zoveel tijd, tijdens de duistere maan, kwamen de Anth’ samen in de grote ruimte van Kana’an en dan vertelden de mannen en vrouwen hun herinneringen. Om ze in de Anthamolan te krijgen, moest de A’akane er een “Na tha, na Gamor, na rulia benin. Asta effe rulia grannahin” over uitspreken. Daarmee “vervloog” de herinnering in de Anthamolan. Maar, volgens Panak is dat in de tijd van Kalams grootvader lang niet meer bij elke duistere maan gebeurd.” Tugor knikte. Hij was onder de indruk van het verhaal van Oedar maar er brandde nog één vraag op zijn lippen. Net toen hij die wilde stellen, klonk de vraag al door de ruimte. “Maar hóe kunnen dan de herinneringen van vreemdelingen in de kist terechtkomen. Zij weten toch niet hoe het moet?” Het was de stem van Ranndog, de man die niets geloofde maar alles wilde weten.

Oedar glimlachte. “Je hebt gelijk. jongen”, zei hij langzaam. “Maar toch kan dat. Het kan zijn dat iemand de kist heeft geopend terwijl anderen hun herinneringen vertelden. In dat geval is een “Na tha,” van de A’akane niet nodig. Erger nog, in dat geval kan er veel verwarring zijn ontstaan. Misschien is zelfs een deel van de herinneringen van de Anth’ wel naar de nevelen gegaan, achter hun eigenaren aan.” Kalam moest bij die woorden even denken ana de verwarring en vele stemmen die hij in zijn eigen hoofd had gehoord maar hij durfde er nu even niet over te beginnen, bang voor het veel te snel vallende oordeel.

“En nu?” herhaal;de hij daarom. Oedar glimlachte nog breder. “Het wordt nachtwerk”, zei hij. “Vannacht zal ik de Anthamonal onderzoeken. Ik zal kijken wat ik met mijn beperkte kennis ervan nog kan ontdekken. Sluit mij vannacht maar op bij de kist en ik zal je morgenochtend uitsluitsel geven. Hoe dan ook.” Die laatte woorden klonken Kalam onheilspellend en onbegrijpelijk tegelijkertijd in de oren maar hij wisdt dat hij bij Oedar nu niet verder moest vragen.

De mannen maakten opnieuw een doorgang voor Oedar en gaven hem wat te eten en te drinken mee. Opnieuw worstelde de oude man zich door de nauwe ruimte. Pas toen hij een teken gaf, sloten Kalam en zijn vrienden het gat weer af. “Misschien, misschien, vind je het goed”, begon Tugor meteen, äls we een plan maken voor één van ons die mee kan met de stenenjouwers naar het dorp?” Kalam knikte. “Dat lijkt me een goed plan. Als jullie daaraan werken, dan houd ik me bezig met Oedar en zijn terugkeer over een tijdje.” Hij kroop met zijn rug tegen de stenen die de doorgang vulden aan. “Misschien heb ik wel eerder contact met hem dan je denkt”, lachte hij. Ook Tugor lachte maar Ranndog haalde zijn schouders op terwijl Rannkark nieuwsgierig maar onbegrijpend voor zich uitkeek. Sede probeerde een intelligent gezicht te trekken maar toen Rannkark aan hem vroeg wat Kalam met zijn opmerking bedoelde, siste hij alleen maar “Dat weet ik ook niet.” Samen voegden ze zich bij Tugor en de zijnen om iemand uit te kiezen voor de gevaarlijke onderneming om met de stenensjouwers mee te lopen.

Http://mythologie.wordpress.com

Service

De Doos van Pandora is een verhaal uit de Griekse Mythologie en draait om Pandora, de eerste vrouw die werd gemaakt door Hephaistos. Hij creëerde haar uit water en aarde.
Zeus , de oppergod was kwaad op Prometheus, die tegen zijn verbod in het vuur had gestolen en aan de mensheid had gegeven. De mensen werden veel te machtig hierdoor ene Zeus wilde de mensheid een lesje leren. Hij gaf Hephaistos vervolgens de opdracht deze vrouw te scheppen. Pandora was beeldschoon. Zij kreeg van alle goeden gaven en één ervan was een vat (volgens andere overleveringen dus een doos) waarin alle narigheid van de wereld zat opgesloten, zodat zijzelf er nooit door zou worden getroffen.

 

www.grieksegids.nl/mythologie/pandora

www.gr.nl/pdf.php?ID=88

www.anencephalie-info.org/nl/herinneringen.php

www.levendeherinneringen.nl

 

 

 

 


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën