Gepost door: Kaj Elhorst | juni 1, 2008

Leven in de schaduw

schaduw

Toat’ had het niet moeilijk in de donkere straatjes van het dorp. Weliswaar verlichtte de volle maan sommige delen maar er was steeds schaduw genoeg om zich in te verstoppen. Elke keer als weer een groep vrouwen voorbijtrok, duwde Toat’ zich stevig tegen de muren van de huizen aan en niemand scheen haar op te merken. Het duurde dan ook niet lang of ze had het plein voor de tempel bereikt. Daar wemelde het van de vrouwen en jongemannen, mannen nog die niet mee mochten doen aan jachtpartijen of de strijd. Toat’ herkende er verscheidene van de tochten naar de rivier om water te halen. De jonge mannen hadden hun gezicht voor de helft oranje en voor de helft zwart geschilderd. Hun ogen lichtten wild op door de grote verzameling zonnedieren midden op het plein.

Vlak voor de tempel was een flinke ruimte vrijgehouden. De meeste vrouwen deden angstvallig moeite om ver van die plek te blijven. Intussen hoorde Toat’ hoe het gerommel van trommels en het gebrom van een ander instrument opnieuw begon aan te zwellen. Het overstemde nog niet het onderlinge gepraat van de vrouwen op het plein maar het werd toch steeds duidelijker hoorbaar. Plotseling zwaaide de grote deur aan de voorkant van de tempel open en daar verscheen één van de priesteressen die met beide handen een grote, brede man vasthield. Het was zeker één van de krijgers van de Vogelgrijpers en hij straalde zelfvertrouwen en kracht uit. Met grote, machtige passen liep hij voor de tempel langs terwijl hij met zijn heupen wiegde als was hij van plan de vrouwen op het plein stuk voor stuk tot de zijne te maken. Midden voor de tempel bleef hij staan terwijl de priesteres haar greep op zijn armen leek te versterken. Het geroffel van de trommels en het gebrom van de muziek werd sterker. Een paar vrouwen wapperden met hun rokken rond de zonnedieren zodat die reikhalzender en hoger gingen uitkijken dan ooit te voren. Hun tongen groeiden bijna tot dezelfde hoogte als de rand van het tempeldak.

Een schreeuw en een beweging. Voor Toat’kwam het zo onverwacht dat ze zelf bijanook een gil had gegeven. Ze kon het geluid nog net bijtijds inslikken zodat ze zichzelf niet verried. Het zou zonde zijn geweest want ze had een uitstekend plekje gevonden in de schaduw van één van de huizen rond het plein. Daar had ze een verhoging gevonden om op te zitten. Daarvandaan zag ze duidelijk hoe een vrouw op de lege plek voor de tempel was gesprongen en begon een woeste dans uit te voeren. Met een zwaard sloeg en hakte ze wild om zich heen terwijl ze op de tonen van de muziek meekrijste. het was een spookachtig schouwspel waarbij schaduw, licht en beweging bijna één geheel begonnen te vormen met muziek en gezang. Toat’ voelde hoe ze haar plek haast vergat en de behoefte kreeg om ook te gaan dansen en springen. Het zou onzin zijn geweest en ze kon zichzelf redden door een stem die erg veel op die van A’akane leek en die haar vertelde te blijven waar ze was.

Nu sprong een tweede vrouw naar voren. Ook zij draaide, sprong en krijste en zwaaide met een zwaard in het rond. Plotseling, nog voordat Toat’ het had zien anakomen, raakten de zwaarden elkaar. Het leek Toat’ aslof er kleine zonnedieren van de zwaarden afsprongen. En daar…daar gebeurde het weer. De ene slag volgde nu op de andere. Het leek alsof de vrouwen er op uit waren elkaar te doorboren en toch gebeurde dat ook steeds weer niet. Ze dansten in wervelende passen om elkaar heen, keerden elkaar de rug toe en keken elkaar heen en sloegen uit allemacht met de zwaarden tegen elkaar. De vrouw die het laatste het strijdperk had betreden zag er het sterkste uit en ze was ook iets groter dan haar tegenstandster maar deze had het voordeel van snellere en haastiger voeten. Zij haalde van tijd tot tijd ook met één been uit naar haar tegenstadster zodat deze opzij moest springen om niet te vallen. Toat’ hield haar adem in en kon maar met moeite voorkomen dat ze zo nu en dan een waarschuwende kreet liet horen. Ze merkte niet eens hoe ze op haar plaats heen en weer zat te wiebelen van spanning. Ze beet zich op haar lippen tot het bloed eruit sijpelde maar voelen deed ze het niet…

Daar ging ze onderuit. De groterem sterkere vrouw was gevallen en de kleine, snelle zette nu triomfantelijk haar voet op de buik van haar tegenstandster. Ze leunde op haar zwaard en keek naar de man en de priesteres bij de tempel. De priesteres gaf nu een harde ruk aan de grote, sterke man en sleurde hem achter zich aan. Het leek of de man zich verzette maar als hij had gewild had hij de vederdunne priesteres met gemak kunnen tegenhouden. De beiden liepen tot vlak voorde winnares van het tweegevecht. Daar legde de priesteres de hand van de man in de hand van de vrouw die als overwinnaar uit de slag naar voren was gekomen. Er guign een opgewonden geschreeuw en gegil door de massa vrouwen op het plein. Bijna had Toat’zich laten verleiden om mee te gillen maar ze bedacht zich toen ze twee vrouwen en een jongeman bijna recht op zich af zag komen. Ze voelde hoe haar hart stilstond maar ze aarzelde geen moment. In een snelle en soepele beweging gleed ze van haar zitplaats naar de lager gelegen plek daarachter.

De jonge jongen en één van de jonge vrouwen gingen nu op de plek zitten waarvan Toat’ nog maar net was weggevlucht. “Ik wil dat je om me gaat strijden”, zei de jongen tegen de jonge vrouw. “Ik ben bijna een krijger en dan zal ik je kunnen dienen zoals dat hoort.” “Bijna, bijna”, lachte de jonge vrouw bijna spottend. “Wat heb ik daaraan?” “Ik ben op zoek naar een echte, volwassen krijger zoals Brutul.” Deze keer was het de beurt van de jongen om te lachen. “Brutul? Die heeft het oog laten vallen op Tunxa, een heel wat ervarener vrouw dan jij. Je hoeft er niet op te rekenen dat hij die strijd zal laten plaatshebben.” “Ach”, zei de jonge vrouw. “Als mijn vader het wil.” Haar stem klonk opstandig en nuffig alsof ze gewend was altijd haar zin te krijgen. De jongen keek een tijdje stil voor zich uit en zijn hand raakte de had van de jonge vrouw die hij Xanta noemde. Ze trok zich niet meteen terug maar liet de jongen begaan. Daarvan maakte Toat’ gebruik door tussen de beide minnaars door te kijken. Zo zag zij hoe de winnares van het zwaardgevecht met de brede, sterke krijger zich onder de vrouwen begaf. Het duurde niet lang of een nieuwe krijger verscheen, begeleid door een priesteres. En weer traden twee vrouwen tegen elkaar in het strijdperk.

Zo ging het een hele tijd achter elkaar. Steeds weer ging de overwinnaar er met een grote, dappere en sterke krijger vandoor. Langzamerhand begon Toat’ het door te krijgen. De vrouwen vochten met elkaar om een man en mochten de buit meenemen. Ook als die “buit” voor die tijd bij een andere vrouw had gehoord, dan wisselde hij op dat moment toch van vrouw. Voor Toat’ was het een opwindende gedachte. Bij de Anth’ had altijd de A’ake bepaald wie er met wie ging trouwen en in de buitenste kring was het een voortdurend recht van de sterkste. De brutaalste mannen namen daar gewoon de meeste vrouwen. Dat was hier anders. Toat’ zag zichzelf al als overwinnaar uit de strijd komen en Tugor met zich meeslepen! Ze voelde zich van binnen warm worden en een flauwe glimlach kon ze niet onderdrukken. Ze konden best iets van die Vogelgrijpers leren, dacht ze.

Haar gedachten werden onderbroken toen Amtros in de deur van de tempel verscheen, net als de voorgaande mannen stevig vastgehouden door een sprietdunne priesteres. Toat’ keek naar het prachtige, gespierde en glimmende lijf van de hoofdkrijger  en ze moest zichzelf in ernst eerst vertellen dat ze bij Tugor duizend keer zoveel kans maakte. Zij wel maar niet de kleine, ietwat kromlopende vrouw die het strijdperk betrad en aan haar dans begon. In het begin lachten de vrouwen van het publiek maar toen zij zagen hoe vervaarlijk zij met haar zwaard slingerde en met haar benen schopte, verstomde het gelach. En daar, daar sprong de Vederaar in het strijdperk. Deze keer wierp zij haar hele verenpak af en hield zij slechts een kort broekje aan, net als de andere vrouwlijke vechtersbazen. En inderdaad, het was Mefista!

In het begin leek het Toat’ een oneerlijke strijd want de tegenstandster van Mefista was weliswaar snel en wendbaar maar de Vederaar was lang, krachtig, jong en ook al razendsnel in haar bewegingen. Bovendien gloeide in haar ogen een licht dat Toat’ eerder had gezien bij de vrouwen van de grootjagers: trots en gekrenktheid. De zwaarden raakten elkaar en draaiden om elkaar heen. De kleine vrouw raakte twee keer Mefista op één van haar borsten en aan één van haar armen. Tot twee keer toe trok de Vederaar zich in haar hoekje terug maar haar ogen waren nog steeds van woede vervuld, ja het leek wel of zij van binnen een zonnedier bezat en of zij er op reed. De muziek klonk nu steeds harder en het geroffel ging sneller. De strijd duurde zolang dat iedereen spoedig de beslissing verwachtte. En die kwam maar anders dan de vorige keren. het zwaard van Mefista schoot in een razende beweging dwarsdoor de buik van haar tegenstandster. In een flitsende beweging haalde zij haar zwaard omhoog zodat de ander bijna in tweeën werd gescheurd. Bloed spatte in het rond en drong onmiddellijk door in het zand van het plein. Een gil, gekrijs en toen was het uit.

Toat’ sloop opnieuw door de schaduw van de straatjes naar het huis terug. Ze voelde zich misselijk door wat ze had gezien. Hoe de vrouwen op het plein zich hadden geworpen op de doodgestoken vrouw en de stukken vlees uit haar hadden gesneden om het naar binnen in de tempel te brengen. Ze smeerden hun gezichten met het bloed in terwijl Mefista haar gevederde kleed weer aantrok en Amtros met zich meesleepte. “Laat dit bloed een zegen zijn voor alle nieuwe banden”, zei zij. “Een zegen van Martus”. Daarna vertrok ze met Amtros naar het binnenste van de tempel.

“Verschrikkelijk”, A’akane keek M’aga en Toat’ aan. “Ze zijn niets beter dan Rannhald. Hoe eerder we hier wegkunnen, des te beter.” De beide andere vrouwen beaamden dat maar het zag er niet naar uit dat het gauw zover zou komen. Op de dag na Mefista’s  overwinning hadden jonge vrouwen met blote handen gevochten met elkaar om jonge mannen en Xanta was er niet in geslaagd om Brutul voor zich te winnen. Daarna keerde het dagelijkse leven terug en de Anth’ vrouwen moesten weer netzo op hun tellen passen als voor die tijd. Het ergerde A akane ondertussen wel dat Ira steeds meer te zeggen kreeg in huis. het leek wel of zij door Mefista werd beschouwd als hoofd van de huishouding. Aan de andere kant kon A’akane zich dat wel voorstellen. Mefista probeerde haar en Ira tegen elkaar op te zetten. Dat verkleinde de kans op opstand. Toch was A’akane niet van plan het op te geven. Ze berustte en sprak met Toat ‘en M’aga af het juiste moment af te wachten. De dagen verstreken en werden weken en zelfs maanden…  

Http://mythologie.wordpress.com

Service

De Vestaalse maagden (Officieel: Sacerdotes Vestales) waren priesteressen van de Romeinse godin Vesta. Zij verbleven in het atrium Forum.Dit lag vlak bij de tempel van Vesta waarvoor het eeuwige (haard)vuur brandde. Het was de Vestalinnen opgedragen dit vuur brandend te houden, een dienst die van belang was voor de hele gemeenschap. Het Vestaalse vuur mocht nooit doven.

www.dichttalent.nl/?nav=orthKsHrGmKhLkBgE&gedsel=kblbhCsHrGmKhLAkfXpfXDKLczB

www.skepsis.nl/orbs.html

www.satura-lanx.telenet.be/Vita%20Romana/02_Vita%20Romana_dagelijks%20leven/16_3F.htm

www.xantippe.skynetblogs.be/post/5629735/romeinse-slaven


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën