Hij draaide zich niet één maar wel drie keer rond terwijl zijn ogen zoveel mogelijk gericht bleven op de Effe, de spiegel van ijs vóór hem. Rannhald trok de blauwe mantel dichter om zijn schouders en genoot ervan dat ze met z’n tweeën waren, de mantel en hij. Niemand mocht hen bespieden in deze kamer die uitsluitend bedoeld was voor de A’ake. Hij glimlachte ontspannen. Vandaag was het begin van alles, alles zou anders worden en nooit meer hetzelfde zijn. Daarmee zou nooit zijn geweest wat was geweest. Het volk van de buitenste kring zou de plaats verwerven die het verdiende en hij zou hun leider zijn. Meteen al had hij zich laten omringen door een twintigtal zagarden, mannen uit de buitenste kring die uitsluitend luisterden naar zijn bevelen. Hij zou de jagers op een zijspoor zetten. Hij wist dat het hem ging lukken.
Nog steeds was hij verbaasd over die dag dat Kalams vader hem de blauwe mantel voor het eerst om de schouders hing en daarmee aangaf dat hij de opvolger zou worden. Wat had die oude toch bezield? Natuurlijk, hij was ook zijn vader maar dan nog…er liepen zoveel kinderen van de A’ake in de buitenste kring rond dankzij het eerste keuzerecht. Zij zouden nooit een kans krijgen om leiding te geven en Rannhald was zich er maar al te goed van bewust dat juist deze mannen gevaarlijk voor hem waren. Ze hadden immers allemaal hetzelfde recht op de blauwe mantel als hij. Wat had die oude toch gedreven tot zijn keuze? Schuldgevoel? Ja, misschien wel. Rannhald was vastbesloten daar nooit iets van te laten blijken. Schuldgevoelens waren zwakte, het begin van het einde. Daarbij dook ineens in zijn gedachten de enige smet op zijn zonnige toekomst op: Kalam! Kalam moest gepakt worden en onschadelijk gemaakt. Gelukkig kende Rannhald zijn tegenstrever als een dromer. Het zou zijn zagarden geen moeite kosten om hem te pakken. Ze waren al aan het speuren. De glimlach op Rannhalds gezicht vertrok tot grijns. Kalam zou wel weer bij de vrouwen zitten. Sterker nog, het was een vrouw, in zijn denken. Tijd voor actie!
Rannhald had besloten de blauwe mantel gedurende de hele dag te dragen hoewel dat tegen de traditie inging. De mantel werd tot dan toe alleen gebruikt bij de inwijding van de A’ake, het aanwijzen van de opvolger en tenslotte ging hij mee op diens nevelreis. Rannhald had anders beschikt. De hele eerste dag zou hij de mantel dragen zodat iedereen kon zien wie nu de A’ake was en dat de tijden waren veranderd.
Rannhald grijnsde om de geschrokken gezichten van zijn raadslieden toen hij de de vergaderruimte binnenkwam. Vooraan zat Ha’anake, de man die Kalams vader als trouwe rechterhand had gediend. Triomfantelijk liep Rannhald dierct naar hem toe. “Ha’anake, tesamen met de A´ake, die al is gegaan, is ook uw glorie verbleekt. Begeef u naar de ijsrand en zie niet om.` De raadslieden schrokken en begonnen door elkaar te schreeuwen. `U kunt Ha´anake niet ongestraft de deur wijzen en verbannen. Daarvoor zijn regels en redenen` riep Oedar, de oudste van de raadslieden. `In Rannhalds ogen fonkelde een licht van boosaardigheid. `Is dat waar? Wie Ha´anake wil behouden moet maar bij hem blijven`, riep hij. Met zijn vuist sloeg hij hard op de benen tafel. `Als ik mijn ogen weer open, is Ha´anake verdwenen`, liet hij erop volgen.
Hij sloot zijn ogen twee tellen en keek toen om zich heen. Ha´anake en Oedar, Walhardt en Goemar waren verdwenen. Alleen Zaltmann, Foe´ake en Borghond zaten nog aan zijn tafel. `Dus u kiest mijn kant`, stelde Rannhald vast en meteen greep hij de hand van Foe´ake, die hij het minst vertrouwde, vast. `U mag de jagers behouden`, beet hij hem toe, `maar de Zagarden zullen onder mijn bevel blijven.`
Foe´ake verbleekte maar sprak geen woord. Hij voorzag moeizame tijden maar wat had weglopen voor zin? De belangen van de Kana´an en alle Anth´waren te groot. Ernstige boodschappen over naderende volkeren hadden hem bereikt, zijn jagers hadden hem erover bericht. `De wolvenmannen naderden in groten getale. Nog maar 300 zonnekeringen geleden was er met hen strijd geleverd en toen hadden zij moeten afdruipen maar nu kwamen zij met meer mannen terug. Niet alleen Rannhald maakte de wereld duisterder…
http://mythologie.wordpress.com
Service
Loki was volgens de Edda (Noorse mythologie) de `gevallen godheid` die evenals de engel Lucifer (let op de naamsgelijkheid) tot duivel werd.

zeer interessant, bedankt
Door:Kate-online opdecember 12, 2009
op12:09 am