Gepost door: Kaj Elhorst | mei 24, 2007

Ontwaken

139002181.jpg

Het was nooit begonnen en nooit kon er aan begonnen worden en toch was het er. Kalam Elso Dramatik voelde het in heel zijn bot, heel zijn vlees, heel zijn gamor. Vooral zijn gamor, het sprak hem toe en vertelde hem opnieuw dat niets was zoals het begonnen was en alles bleef zoals het eindigen zou.

Kalam legde zijn houten kruisboog in de sneeuw en wroette met zijn voet eronder om te zorgen dat zijn kostbaarste bezit niet weg zou zakken naar de andere wereld. Daar, diep onder de sneeuw vermoedde hij een wereld van sluipers, kleine naargeestige wezens die van tijd tot tijd door de sneeuw omhoog kropen en dan bij voorkeur een plekje in je oren zochten. Daar fluisterden ze je dingen in van de andere wereld, dingen waar je niets aan had en die je alleen maar in de war brachten.

Kalam ging op zijn knieën in de sneeuw liggen en overpeinsde zijn ouders, zijn broers, zijn zusters, zijn neven en nichten. Hij haalde hun beelden voor zich en als het beeld verscheen, zong hij zachtjes “Na tha, na Gamor, na rulia benin. Asta effe rulia grannahin.” “Ik ben van jullie, zoals jullie zijn van mij.”

Deze keer leek hij iets langer te kijken naar de rulle sneeuw onder zijn voeten die zoveel doorgangen over liet voor de sluipers. Het was onmogelijk om je volledig af te schermen tegen die kleine plaaggeesten. Alleen wie zijn familie in en bij zich hield, kon er op rekenen enigszins beschermd te zijn.

Voor Kalam was dat belangrijk want hij moest nog lang lopen naar zijn huis, het grote huis dat hij deelde met zijn familie en de familie an zijn familie en daarvan weer de familie. Dat zou vanavond zeker niet meer lukken. Het was te ver. En hij hoopte maar dat hij onderweg zijn kruisboog alleen maar hoefde te gebruiken om een ijsrat of waterluiaard te vangen. Hij hoopte dat er geen wagarden zouden komen, zij die het grote huis voor goed hadden verlaten, om hem te beroven of lastig te vallen met hun geschreeuw en hol gelach.

Kalam keek op. De zon naderde met de punten van haar stralen al de ijsrand. Opnieuw zou ze verdwijnen in de andere wereld en de sluipers verwarmen en hun pad verlichten. Nee, het was nu geen tijd meer om lang te aarzelen. Hij moest een rommer maken voor de nacht, een sneeuwhol om te slapen., voor het te donker was. Maar hij voelde ook de honger in zijn maag en haastig keek hij om zich heen om te zien of een ijsrat of waterluiaard opdook.

Het bleef stil tot een zacht geruis zich liet horen. Een ijsregen kwam opzetten. Er was nog maar weinig tijd om bescherming te zoeken in een rommer. Hij had al zijn ervaring en handigheid nodig want het moest snel en haastig gebeuren.

http://mythologie.wordpress.com


Reacties

  1. Leuk hoor! Ben benieuwd naar de rest.

  2. ziet er goed uit


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën